Zoals ik al eerder heb opgemerkt maakt de witspeler op de 4e zet eigenlijk de de principiële keuze voor het vervolg. Veel boeken behandelen de Pirc verdediging dan ook met deze cruciale zet van wit als uitgangspunt. In het vorige artikel heb ik de (strategische) middelen van zwart doorgenomen. Maar wat gebruik je nu wanneer, wat is de goede reactie op de keuze van wit?
We nemen de mogelijke doelen van wit als uitgangspunt:
1. Als wit op enig moment e4-e5 wil spelen, dan volgt: 4. f4 of 4. Lc4 of 4. Lg5
2. Als wit zijn aanval op de koningsvleugel wil richten, dan volgt: 4. Le3 of 4. f3 of 4. Le2
3. Als wit zijn sterke centrum wil handhaven, dan volgt: 4. Pf3 of 4. g3
4. Als wit de bovenstaande 3 opties open wil houden, dan volgt: 4. Pf3 en 5. Le3
5. Als wit geen Pirc verdediging wilt spelen, speelt hij niet Pc3, maar Ld3 of f3.
Hierna volgt een korte uitwerking van deze strategische doelen van wit en de mogelijke reacties van zwart.
1. Wit wil op enig moment e4-e5 spelen:
- 4.f4 de Oostenrijkse aanval.
Dit is de meest gespeelde zet van wit en is al jaren onderwerp van studie voor de zwartspeler. Deze aanpak van wit leidt tot tactische gevechten van beide kanten. De eerste hoofdvariant ziet er als volgt uit:
Zoals al eerder gezegd is het gevaar van e4-e5 niet te onderschatten. Bijv. als zwart met f7-f6 het centrum wil aanpakken, slaat wit e5xf6. Terugslaan met een stuk levert dan een achtergebleven e-pion op en terugslaan met e7xf6 blokkeert de loper op g7 volledig. Beter is het om het initiatief op de damevleugel te pakken en c7-c5 te spelen. Dit levert nieuwe dreigingen op. Ook na 6. Lb5+ en een ruil van de witte velden lopers, heeft zwart scherpe lijnen met positioneel goede resultaten. Als wit 6. d4xc5 speelt volgt de Draken Pirc. Als wit doorschuift 6. d4-d5 komen we in de Benoni Pirc, in dit geval is het zaak voor zwart om zo snel mogelijk b7-b5 te spelen omdat dit samen met e7-e6 de breekijzers zijn voor de ontwrichting van het witte centrum.
In de tweede hoofdvariant stelt zwart de ondermijning van het witte centrum uit:
Hierop kunnen volgen
6. e5, met direct de gevaarlijke aanval op Pf6 gevolgd door de opmars van de h pion dit kan door zwart gepareerd worden met d6xe5 en de dameruil
6. Le2, dit is tegenwoordig wat minder in gebruik omdat er scherpere zetten voor wit zijn.
6. Le3 met de bedoeling c7-c5 van zwart te ontzenuwen en O-O-O voor te bereiden
6. a3 met de bedoeling om de Draken Pirc te ontzenuwen door b2-b4 te spelen
6. Ld3 met de bedoeling de Draken Pirc onmogelijk te maken bovendien ondersteunt de loper een eventuele f4-f5, zwart vervolgt met 6....Pa6 met de bedoeling na c7-c5 de Benoni Pirc af te dwingen en het veld b4 te bezetten met bedreiging van Ld3.
- 4.Lc4
Dit is een papieren tijger die nog regelmatig wordt gespeeld, maar op GM niveau komt het niet meer voor. De sleutel vraag voor zwart is hier (en ook elders in de Pirc verdediging) bezet ik c6 met een paard of met een pion?. In dit geval heeft het paard de voorkeur, omdat hij het veld d4 aanvalt en e7-e5 ondersteunt.
- 4.Lg5
Dit is een betere voortzetting voor wit dan 4.Lc4 en wordt ook vaker gespeeld. Na 4....Lg7, 5. f4, werkt zwarts antwoord c7-c5 niet meer. Maar 4....h7-h6 neemt direct de druk weg en maakt c7-c5 als aanvalsmiddel mogelijk. Ook a7-a6 komt in aanmerking om Lb5 onmogelijk te maken.
4. Wit richt zijn aanval op de koningsvleugel:
- 4. Le3 en f3.
Dit is voor zwart één van de gevaarlijkste voortzettingen.
De bedoeling van wit is de bestorming van de koningsvleugel en de ruil van de zwarte velden lopers door middel van Dd2, Lh6. Maar zwart kan zijn loper fianchetto uitstellen en direct op de damevleugel actie ondernemen met c7-c6, met de bedoeling het veld d5 in bezit te nemen en b7-b5 te ondersteunen. De opties c7-c5 komt hier niet in aanmerking, evenals Pc6, omdat een aanval op d4 geen zin heeft. Een riskanter optie voor zwart is 4....a6, met uiteindelijk toch b7-b5 en Lb7, maar wel speelbaar.
- 4. f3.
Dit wordt meestal door wit gespeeld als voorbereiding op 5. Le3. De zet was bedoeld om Pf6-g4 te voorkomen en het voor het opjagen van de zwarte velden Loper van wit, maar in de praktijk levert dit voor zwart alleen een verzwakte pionnenstelling op de koningsvleugel op. Dus speelt zwart Pf6-g4 liever niet. Uiteindelijk leidt het dus in omgekeerde volgorde tot de vorige variant.
- 4. Le3 en Dd2 de 150 Attack.
Ook dit is voor zwart één van de gevaarlijkste voortzettingen.
De bedoeling van wit is om na O-O-O en de ruil van de zwarte velden lopers door middel van Dd2, Lh6. de koningsvleugel te bestormen met h2-h4, h4-h5. Voor zwart lijkt 5...c6 de aangewezen weg. O-O kan ook maar dat is een uitnodiging voor de bestorming van de koningsvleugel.
- 4. Le2 en 5. h4
De bedoeling van wit is een snelle opmars op de koningsvleugel. Zwart heeft c7-c5 met de Draken Pirc als aanpak. Het is geen gunstige aanpak voor wit, maar hij komt in de praktijk toch voor, dus moet zwart er op voorbereid zijn. Als eerste speelt zwart de Draken Pirc (c7-c5, d4xc5, Da5) als tegenaanval. Als zwart doorstoot h4-h5, pakt zwart toch met het paard Pf6xh5, want op Le2xh5, volgt Lg7x c3.
3. Wit handhaaft zijn sterke centrum:
- 4. Pf3 en 5. Le2, de Klassieke aanval.
Ook dit is een populaire voortzetting van wit. Na 5. Le2 komt e4-e5 nauwelijks voor, maar zwart moet er wel op beducht blijven en zorgen dat d7 beschikbaar blijft voor zijn paard van f6. Zwart concentreert zich op druk zetten op d4 d.m.v. Lg4, Pc6 en e7-e5.
Zwart moet wel alert blijven, na d4-d5 is het zaak om de witte velden loper niet te ruilen, maar m.b.v. c7-c6 het zwarte centrum te ondermijnen. Na 5. h3 zijn de normale ondermijnings acties van zwart (c7-c5 en e7-e5) minder effectief. In dit geval is het ontwikkelen van de witte velden loper naar b7 een betere weg om in te slaan.
- 4. g3.
Deze zet leidt tot een rustige opbouw en ontwikkeling van de witte stukken. Het is geen dodelijke aanpak voor zwart, maar geeft zwart de mogelijkheid om een keuze te maken voor een van de drie aanvalsmiddelen: de Philidor Pirc (die het vaakst gespeeld wordt), de Ruy Lopez Pirc en de Draken Pirc
4. Wit houdt zijn opties open en speelt 4. Pf3 en 5. Le3
Dit is een sterk alternatief voor wit, vooral na O-O van zwart en Dd2, Lh6 en O-O-O voor wit. Maar zwart heeft hier 5....a6 als natuurlijk begin voor de opmars van pionnen tegen de O-O-O van wit. Dit maakt de O-O-O gevaarlijk voor wit en noodzaakt wit om Ld3 te spelen, wat een verzwakking voor d4 inhoudt. Bovendien kan zwart Pc6 spelen en e7-e5 als extra druk op d4.
5. Wit wil geen Pirc spelen
- Wit speelt niet 3. Pc3, maar 3.Ld3.
De bedoeling van wit is hier om c2-c3 te spelen en zo zijn centrum te versterken. Zwart verlaat in dit geval de Pirc verdediging en speelt d6-d5 met kansen op een beter of gelijk eindspel.
- Wit speelt niet 3. Pc3, maar 3. f3.
Hiermee dwingt wit om de Pirc theorie te verlaten. Zwart komt hier in de Saemisch variant van het Konings-Indisch.
Hiermee eindigt mijn samenvatting uit de vermelde brondocumenten. Er volgt nog een kort artikeltje met een zo volledig mogelijke literatuurlijst om de reeks af te sluiten.
Bronverwijzing:
Nunn – the complete Pirc (1989) Alburt & Chernin – Pirc Alert! (2001) Lalic & Okhotnik – Carpathian Warrior, Vol 1 – Secrets of a master (2005) Vigus – The Pirc in Black and White (2007)

