Schaakvereniging Het Kasteel te IJsselstein

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Pirc verdediging 2 - de middelen van zwart

Als ik nog even terug mag kijken naar de 4e zet van wit, dan bepaalt de witspeler op dat moment de aard van het spel. Als hij voor een scherpe aanpak kiest volgt: 4. f4 (Oostenrijkse aanval), als hij het wat rustiger aan wil doen volgt 4. Pf3 en Le2 (Klassieke variant). Ik moet eerlijk bekennen dat toen ik even had gekeken naar 4. f4, ik heb overwogen om de hele Pirc maar te laten voor wat hij is, want ik zou in dit geval liever met wit dan met zwart spelen. Maar dit is kenmerkend voor de Pirc verdediging. Je moet er wel tegen kunnen dat wit bij zijn 4e zet bepalend is voor het vervolg van het spel. De Pirc verdediging vraagt van de zwartspeler de nodige flexibiliteit. Je zult je moeten aanpassen, maar dat is voor mij meteen de charme van deze opening, je ontdekt concepten / thema's en aanpakken die ook in andere openingen van toepassing zijn.

Als voorbeeld geef ik hier zonder commentaar de zetten van een Pirc partij op niveau Om te laten zien hoe scherp deze verdediging zowel voor wit als voor zwart kan zijn en dat zelfs iemand als Kramnik er als witspeler mee in de problemen kan komen.

 

Dit is een partij op een niveau dat voor de meeste van ons en zeker voor mij volkomen onnavolgbaar is, maar het is wel mooi om te zien hoe spelers van dat niveau er mee om gaan.

Als we de strategische middelen van zwart op een rij zetten, kan zwart op enig moment, (afhankelijk van de stelling), drie (hoofd-)wegen kiezen:

  1. hij probeert het witte centrum te ondermijnen met c7-c5
  2. hij probeert het witte centrum te ondermijnen met e7-e5
  3. hij stelt de ondermijning van het witte centrum uit

In de literatuur kom je hier de volgende benamingen voor tegen:

a. de Draken Pirc: zwart speelt c7-c5 en cxd4, of wit speelt dxc5
b. de Benoni Pirc: zwart speelt c7-c5 en wit antwoord met d4-d5
c. de Ruy Lopez (Spaanse) Pirc: zwart speelt e7-e5 met b5
d. de Philidor Pirc: zwart speelt e7-e5 met e5xd4
e. de Nijlpaard Pirc: zwart speelt e6, b6 en Lb7 en stelt de beslissing over c5 of e5 nog langer uit.

Dit is natuurlijk niet alles, een beetje opportunisme komt er ook bij kijken. Zo moet je altijd de optie d6-d5 serieus afwegen. Ook de pionnen opmars op de damevleugel is een logische voortzetting.

Zwart speelt c7-c5: de (tegen-)aanval op de damevleugel

Zwart heeft twee mogelijke strijdplannen voor de damevleugel: c7-c5 of het oprukken van de b-pion. Als wit na de vroege c7-c5, direct slaat op d4xc5 (Draken Pirc), volgt Da5, met terugslaan Da5xc5 of met een mogelijke aanval via Pf6xe4 en Lg7xc3.

Dit gaat natuurlijk niet op als de witte pionnen op e4 en d4 verdedigd worden door bijv. de lopers op d3 en/of e3.

Als wit d4-d5 speelt op de aanval van zwart met c7-c5 (Benoni Pirc), heeft zwart b5 als belangrijkste wapen en op enig moment ook e7-e6 om het witte pionnencentrum open te breken.

Als wit niet reageert op c7-c5, neemt zwart direct op d4; c5xd4, waardoor de bekende half-openlijn van de Siciliaanse verdediging ontstaat.

Zwart speelt e7-e5

Dit is de zgn. Ruy Lopez Pirc, met de bedoeling e5 sterk te maken en druk op d4 en soms ook e4 op te bouwen. Dit antwoord op het witte centrum is minder ambitieus. Opnieuw heeft wit de optie om te ruilen d4xe5, door te schuiven d4-d5 of het centrum te handhaven. In de eerste twee gevallen neemt de partij wendingen aan die karakteristiek zijn voor de Konings Indische verdediging. Maar dit is voor wit minder gunstig omdat het standaard plan c2-c4 in het Konings Indisch voor wit niet meer beschikbaar is. Als wit echter zijn centrum handhaaft, moet zwart geen haast hebben met het slaan op d4. Voor zwart zijn d6-d5 en b5 de middelen om wit tot een keuze in het centrum te dwingen. Het juiste moment om zelf op d4 te slaan wordt bepaald door de mogelijkheid om druk op e4 op te bouwen.

Als zwart uiteindelijk op d4 slaat, komen we in een Philidor Pirc. Hierna wordt de druk op e4 het belangrijkste doel voor zwart. De strijd om de dominantie van het veld e4 is bepalend voor de afloop van de strijd. Zowel in de Ruy Lopez Pirc als in de Philidor Pirc, is het spelen van b5 een wapen dat gebruikt kan worden in de strijd om veld overwicht. Dit kan soms direct b7-b5 en soms met een langzame opbouw, via a7-a6 of c7-c6.

Het grote gevaar: wit speelt e4-e5

Hier moet je als zwartspeler altijd op beducht blijven. Voor wit is dit de natuurlijke aanpak voor het centrum, als wit dit kan spelen door een fout van zwart, wordt het een catastrofe voor zwart. De meest natuurlijke reactie van Zwart is de aanval c7-c5 (nadat het paard van f6 in veiligheid is gebracht op d7). Zwart heeft 4 mogelijkheden om te reageren op e4-e5:

  1. tegenaanval op e5 met stukken (nadat d6xe5 is gespeeld).
  2. aanval van e5 in de flank met f7-f6
  3. tegenaanval op d4 de basis van e5 door c7-c5.
  4. ls zwart b7-b5 al gespeeld heeft, kan hij de aanval op Pf6 negeren door de tegenaanval op Pc3 met b5-b4.

Het blijft een inbreuk op de positie van zwart.

De zwarte pionnen op de damevleugel (de rechterhand van zwart)

Dit is voor zwart een machtig wapen, maar het vraagt uiterste zorgvuldigheid, de juiste timing en een goed inzicht in de tegenkansen voor wit.

Bijv. de opmars beginnen met c7-c6: heeft 3 belangrijke voordelen:
  1. het bereidt b7-b5 voor en soms ook d6-d5.
  2. het opent de diagonaal voor de ontwikkeling van de zwarte Dame. De Dame ontwikkelt logisch naar c7, b6 of a5.
  3. het verdedigt de voorpost d5, bijv. voor het paard van f6 na de aanval e4-e5.

Als echter e4-e5 een reële acute bedreiging is, kun je c7-c6 beter niet spelen. Dat geldt ook als zwart e7-e5 wil spelen, dan is het veld c6 bestemd voor het paard en niet voor de pion.

Het oprukken van de zwarte b pion (b5-b4) bedreigt Pc3 waardoor de pion op e4 wordt ondermijnd. Maar dat is niet het enige. Het zorgt er ook voor dat wit beter niet lang kan rocheren. Als wit al O-O-O gerocheerd heeft, is de opmars a7-a6, b7-b5 een logisch wapen voor zwart. De natuurlijke vijand voor de oprukkende b pion is a2-a4, dan kan zwart nog steeds b5 spelen als dit goed wordt voorbereid. Als wit a2-a4 speelt nadat b7-b5 al gespeeld is leidt dit door b5-b4 tot een ontwrichting van de witte damevleugel.

De zwarte velden loper op de diagonaal a1-h8 (de linkerhand van zwart)

Het behouden van de zwart velden loper is voor zwart wel gunstig, maar niet heilig. De afruil met Pc3 kan voordelen opleveren, maar je kunt het maar één keer doen, dus het moet wel zorgvuldig afgewogen worden. Zelfs als de zwarte velden lopers door wit geruild zijn, kunnen er aanvalsmogelijkheden voor zwart op de zwart diagonaal zijn. Maar het blijft natuurlijk voordeliger als de loper op g7 gehandhaafd kan worden.

De overige stukken van zwart.

De zwarte stukken op de damevleugel staan in het begin van het spel verkrampt en worden relatief laat ontwikkeld. Vooral de witte velden loper kan een probleem zijn. Deze kan naar b7 ontwikkeld worden, maar normaal vindt hij een tijdelijk thuis op g4 met een aanval van het paard op f3 en eventueel een voor zwart gunstige afruil met Pf3. Voor het paard op b8 zijn d7 en c6 de voor de hand liggende velden. Pc6 hoort bij e7-e5 en Lc8-g4, maar heeft als nadeel dat hij c7-c5 in de weg zit. Pd7 levert een beperkte invloed op het centrum op en blokkeert het velt d7 voor een eventuele terugkeer van Pf6 na de aanval e4-e5. Pa6 wordt is ook speelbaar, maar komt minder vaak voor. De zwarte dame is het meest actief in de Draken Pirc, in andere meer gesloten openingen blijft de dame lange tijd op d8 staan. De zwarte koning komt op enig moment op g8 terecht, maar hier hoeft zwart geen haast mee te maken. Dat maakt het voor wit namelijk duidelijker hoe hij zijn stukken en pionnen moet ontwikkelen. Voor de torens zijn c8 (vooral in de varianten met een half-open c-lijn, zoals de Dragon Pirc) en e8 (in de Ruy Lopez Pirc en Philidor Pirc).

Tot zover de strategische middelen van zwart. De vraag blijft natuurlijk wanneer je een bepaalde tactische zet of serie zetten wel en wanneer je die niet kunt doen. In het volgende artikel ga ik weer terug naar de 4e zet van wit om vervolgens aan te geven hoe je de bovengenoemde strategische middelen inzet als reactie op de keuze van wit.

Bronverwijzing:
Nunn – the complete Pirc (1989)
Alburt & Chernin – Pirc Alert! (2001)
Lalic & Okhotnik – Carpathian Warrior, Vol 1 – Secrets of a master (2005)
Vigus – The Pirc in Black and White (2007)